In deze cursus doe je de meest elementaire kennis van de Spaanse taal op en kan je kennismaken met de Spaanse cultuur. Er wordt gestreefd naar een productief mondeling en schriftelijk taalgebruik. De woordenschat is ontleend aan de spreektaal in eenvoudige, alledaagse situaties. De grammatica is zo uitgewerkt dat de taal reeds vanaf het begin zinvol kan gebruikt worden. Er is geen voorkennis vereist.
Inhoud van de cursus
Module 1.1.1 en 1.1.2:
De cursist kan aan het einde van de cursus zichzelf voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden m.b.t persoonlijke gegevens, zoals de woonplaats, mensen die hij kent en dingen die hij bezit. Thema’s die aan bod komen:
1) logies en maaltijd (afspraken en regelingen maken)
2) openbaar en privé-vervoer
3) vrije tijd (op vakantie, hobby’s)
4) dingen en mensen beschrijven
5) het klimaat (het weer, de seizoenen)
6) consumptie (boodschappen doen, prijs vragen, kledij, …)
7) leefomstandigheden (woning, indeling woning, meubilair, …)
Gewenste voorkennis
Geen voorkennis. De cursist moet enkel gealfabetiseerd zijn in het Westers schrift.
Vervolg op deze cursus
Richtgraad 1.2